persoonsvorm - onderwerp - gezegde


Kinderen krijgen graag zakgeld.
pv.:
ond.:
ww.gez.:
Dat vertelde een journalist gisteren op de televisie.
pv.:
ond.:
ww.gez.:
Een vereniging van middenstanders liet de problematiek van zakgeld bestuderen.
pv.:
ond.:
ww.gez.:
Driehonderd jongeren vulden een enquêteformulier in.
pv.:
ond.:
ww.gez.:
Jongeren tussen tien en veertien jaar kunnen maandelijks zowat € 25 zakgeld krijgen.
pv.:
ond.:
ww.gez.:
Oma's en opa's willen af en toe een tussendoortje geven.
pv.:
ond.:
ww.gez.:
Jongens verdienen tijdens het weekeinde vaak een centje bij.
pv.:
ond.:
ww.gez.:
Meisjes zijn vlugger tevreden.
pv.:
ond.:
naamw.gez.:
Ze kopen meestal kledij, snoep, snacks, ...
pv.:
ond.:
ww.gez.:
Spaarvarkentjes worden allang niet meer gevuld.
pv.:
ond.:
ww.gez.:
Bij de opening van een spaarrekening bieden banken mooie geschenken aan.
pv.:
ond.:
ww.gez.:
Gelukkig kunnen de meeste kinderen goed omgaan met geld.
pv.:
ond.:
ww.gez.:
Ze kopen geen kat in een zak.
pv.:
ond.:
ww.gez.: